De box 3 plannen helder uitgelegd Een eenvoudig overzicht voor spaarders, beleggers en particuliere vastgoedbezitters
Stand van zaken 29 september 2026
De kern in één minuut
Het kabinet wil in box 3 steeds meer belasting heffen over opbrengst en winst die je werkelijk maakt. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je over een waardestijging wanneer je de winst realiseert, bijvoorbeeld bij verkoop. De plannen zijn nog geen definitieve wet.
• In 2027 wil het kabinet het belastingvrije vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon. Ook wil het het veronderstelde rendement op overige bezittingen verhogen.
• Vanaf 2028 wil het kabinet vermogenswinstbelasting ook toepassen op aandelen, obligaties, opties en andere financiële instrumenten. Dan zou een belastingvrij resultaat van € 1.000 gelden.
• In 2030 wil het kabinet ook de resterende bezittingen onder een volledige vermogenswinstbelasting brengen.
Wat is box 3?
Box 3 gaat over privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen, een tweede woning en een privé aangehouden verhuurde woning. Een woning waarin je zelf woont, valt doorgaans in box 1. Vermogen dat in een bv zit, valt niet automatisch onder de box 3 regels voor particulieren.
Nu werkt box 3 voor veel bezittingen met een fictief rendement. Dat is een opbrengst die de Belastingdienst volgens vaste percentages veronderstelt. Die kan afwijken van wat je echt hebtverdiend. Het kabinet wil meer aansluiten bij de werkelijke opbrengst.
Wat stelt het kabinet voor 2027 voor?
Het heffingsvrije vermogen zou teruggaan naar € 30.846 per persoon, het niveau van 2020. Ter vergelijking: in 2026 is dit € 59.357 per persoon. Daardoor kan iemand met minder vermogen dan nu toch in de box 3 heffing terechtkomen. Ook wil het kabinet het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Dat forfait is het percentage waarmee een veronderstelde opbrengst wordt berekend. Het gaat dus niet om een verhoging van het belastingtarief met 1,5 procentpunt. De Kamerbrief noemt hierbij ook huurinkomsten en voordelen uit eigen gebruik van onroerend goed.
Voor particuliere vastgoedbezitters kan 2027 daardoor een belangrijk overgangsjaar worden. Een toekomstige belasting op echte winst maakt de voorgestelde wijzigingen voor 2027 niet ongedaan.
Wat stelt het kabinet voor 2028 voor?
Het bestaande wetsvoorstel voor werkelijk rendement behandelt de waardestijging van onroerend goed als vermogenswinst. Die stijging wordt in beginsel belast wanneer de winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Ontvangen huur telt afzonderlijk mee in het jaar van ontvangst. De nieuwe stap in de Kamerbrief is de uitbreiding van vermogenswinstbelasting naar alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties. Volgens het kabinet zou daarmee voor ongeveer 90 procent van het box 3 vermogen met waardeontwikkeling een vermogenswinstbelasting gelden.
Voorbeeld: je koopt aandelen voor € 10.000. Ze stijgen in waarde naar € 12.000, maar je verkoopt ze nog niet. Bij een vermogenswinstbelasting is de waardestijging dan nog geen gerealiseerde verkoopwinst. Verkoop je ze later voor € 12.000, dan komt de winst in beeld voor de belastingberekening. Dit voorbeeld laat alleen het moment van belasten zien, niet de uiteindelijke belastingaanslag.
Wat betekent € 1.000 belastingvrij?
Vanaf 2028 stelt het kabinet een heffingsvrij resultaat van € 1.000 voor. Resultaat betekent hier wat je vermogen oplevert. Het is iets anders dan heffingsvrij vermogen, dat gaat over hoeveel vermogen je hebt. De Kamerbrief geeft een eenvoudig voorbeeld. Bij € 50.000 spaargeld en 2 procent rente ontvang je €1.000 rente. Volgens dit voorbeeld betaal je over die opbrengst geen box 3 belasting. Het betekent dus niet dat je slechts € 1.000 spaargeld belastingvrij mag hebben.
Wat is het plan voor 2030?
Het kabinet wil dan ook de resterende vermogensbestanddelen onder een volledige vermogenswinstbelasting brengen. De Kamerbrief werkt deze laatste stap nog niet volledig uit. Een betrouwbare persoonlijke berekening voor 2030 is daarom nog niet mogelijk.
Ook relevant voor ondernemers met een bv
• Het kabinet wil de hoge tariefschijf in box 2 vanaf 2027 vier jaar lang verlagen met 1,8 procentpunt naar 29,2 procent. Zo wil het stimuleren dat ondernemers winst uit hun bv halen.
• Het bedrag dat een eigenaar volgens de regeling voor excessief lenen van de eigen bv kan lenen, zou vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 dalen van € 500.000 naar € 100.000.
Leningen voor de eigen woning worden volgens de brief niet meegeteld. Dit zijn maatregelen voor box 2. Ze staan los van de box 3 berekening voor een privé aangehouden verhuurde woning.
Wat kun je als vastgoedbezitter nu doen?
• Bekijk apart wat de voorstellen voor 2027 kunnen betekenen. Vooral het lagere heffingsvrije vermogen en het hogere forfait verdienen aandacht.
• Bewaar per pand de gegevens van huur, rente, onderhoud en andere relevante kosten. (www.vastgoed.app houdt dit automatisch bij en heeft hier standaard rapportages voor)
• Bewaar ook aankoopstukken, investeringen en verkoopstukken. Daarmee kun je een eventuele verkoopwinst later beter onderbouwen.(in www.vastgoed.app heb je alle data altijd beschikbaar)
De precieze aftrek, waardering en berekening hangen af van de definitieve wet. Het kabinet wil de benodigde wijzigingswet voor het einde van 2026 door de Eerste Kamer krijgen en noemt die planning zelf ambitieus.
Conclusie:
De richting is duidelijk: het kabinet wil voor een groot deel van box 3 belasting heffen wanneer waardestijging echt als winst wordt gerealiseerd. Tegelijk kunnen de voorgestelde regels voor 2027 voor sommige mensen juist een hogere rekening opleveren. Welke bedragen en regels daadwerkelijk gaan gelden, wordt pas duidelijk na behandeling van de wetgeving.
Bron: Kamerbrief Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid, 29 september 2026. Dit document beschrijft de voorstellen zoals wij die interpreteren en is geen advies.Voor een goed advies die past bij jouw persoonlijke situatie raden wij je aan een fiscalist te raadplegen.